Gordon-Keeble GT: een exclusieve klassieker

De meest gehoorde reactie van de toeschouwers was: 'wat is dat nou?' Met 'dat' bedoelden ze de witte sportwagen die in een hoekje van 'British Cars and Lifestyle' heel erg onbekend stond te zijn. Een blik op het bijbehorende bord leerde dat 'dat' een Gordon-Keeble GT was. Maar dat maakte het mysterie voor de meeste bezoekers alleen maar groter. Want wat is nou een Gordon-Keeble?

Van de Gordon-Keeble GT1 werden slechts 99 exemplaren gebouwd en dit is nummer 4 (uit 1967), die naar Canada verkocht werd.

Voor het vertellen van het verhaal van de Gordon-Keeble GT moeten we terug in de tijd. Terug tot vlak na de Eerste Wereldoorlog. En naar Slough, een stad pal ten westen van London. In Slough zat de firma 'Slough Lorries and Components', die 2e-hands Peerless trucks uit de VS opknapte en doorverkocht. In 1925 werd het bedrijf omgedoopt tot 'Peerless Trading Co.' en langzamerhand kregen de trucks steeds meer Engelse onderdelen. Eind 1933 werd het bedrijf in tweeën gesplitst en het ene deel, 'Peerless Motors', werd een autodealerschap. Men verkocht trucks (Studebaker) en personenwagens: Hudson en Jaguar. In 1957 ging dit bedrijf over in handen van James Byrnes, een coureur die in het dagelijkse leven hotelhouder was. Kort daarvoor had hij onder de naam 'Warwick' - Byrnes kwam uit het graafschap Warwickshire - het prototype van een sportwagen voorgesteld en onder de naam 'Peerless GT' nam hij deze wagen nu in productie. Bij het ontwerp waren Bernard Rodger (een racemonteur) en Jim Keeble (een garagehouder uit Ipswich) betrokken.

 

Peerless GT

De Peerless GT was een 2-deurs 4-persoons sportwagen met een door Keeble ontworpen kokerbalkenframe en een door de firma Whitsons uit West Drayton gebouwde glasvezel carrosserie. De motor (een 2.0 liter 4-cilinder), de bak, de voorwielophanging en de besturing waren afkomstig uit de Triumph TR3. De De Dion-achteras had bladveren en de Peerless kostte 1500 pond. In 1959 kwam de Phase II, een versie met een licht gewijzigde carrosserie. In 1960 ging Peerless failliet; er waren toen 325 auto's gebouwd, waarvan er diverse geassembleerd waren door John S. Gordon, een ex-coureur uit Londen.

     

Geen overbodige franje, geen agressieve styling: de Gordon-Keeble was bedoeld voor de gentleman die wat anders zocht dan een Aston Martin, een Jensen of een Jaguar, maar wel in opperste luxe wilde komen voorrijden bij de club.

     

Warwick GT

Datzelfde jaar in augustus, blies Bernard Rodger de firma echter nieuw leven in. Naast de 2.0 liter motor leverde hij in de 'Warwick GT' (de nieuwe naam van de auto) ook de 2.2 liter motor van de Triumph TR3. Het frame was iets stijver en lichter, de carrosserie en het dashboard waren licht gewijzigd. In 1961 bouwde hij - met het oog op de Amerikaanse markt - een exemplaar met een 3.5 liter V8 van Rover, maar die ging niet in productie. In totaal werden er hooguit 50 Warwicks gebouwd en in 1962 bouwde motortuner Chris Lawrence de laatste 9 exemplaren.

   

Het merkteken van de Gordon-Keeble was een schildpad.

     

Gordon GT

Maar de Peerless/Warwick weigerde te verdwijnen! Jim Keeble had een Chevrolet Corvette V8 in een Peerless gezet en John Gordon vond dat een goed idee. Hij liet de succesvolle Italiaanse studio Carrozzeria Bertone S.p.A. een fraaie carrosserie tekenen en in 1960 debuteerde de auto op de show van Genève als de 'Gordon GT'. De carrosserie was ontworpen door de toen 21-jarige Giorgetto Giugiaro, die nu tot de toonaangevende designers in de wereld behoort. Dit was z'n eerste ontwerp voor Bertone en Giugiaro bleef nogal dicht bij de lijnen van de Peerless/Warwick, maar wist de wagen toch een uitstraling van kracht en elegantie te geven. Technisch gezien had de Gordon een buizenframe met onafhankelijke voorwielophanging, een De Dion-achteras en schijfremmen rondom. De V8-motor was een 4.6 liter Chevrolet Corvette en de bak telde vier versnellingen. De prijs werd vastgesteld op 3045 pond, maar Keeble en Gordon konden de productie - gepland op 25 wagens per maand - niet van de grond krijgen!

Het bekende Bertone schildje, gecombineerd met de gelauwerde schildpad van Gordon-Keeble. Helaas bleek deze schildpad niet in staat om z'n schuldeisers voor te blijven...

     

Gordon-Keeble GT

Toch kon ook deze tegenslag de auto niet de kop indrukken. In 1964 kreeg het merk een financiële injectie van George Wansborough - de ex-voorzitter van het kleine automerk Jowett - en op het Eastleigh vliegveld in Southampton ging de Gordon in productie als 'Gordon-Keeble GT1'. De carrosserie was niet meer van metaal, maar van glasvezel -gebouwd door Williams and Pritchard - en de motor nu een 5.4 liter Chevrolet van 280 pk, die een top gaf van 230 km/u. De prijs was verlaagd tot 2798 pond, wat de verkoop moest stimuleren maar nauwelijks de kosten dekte. Met deze motor concurreerde de Gordon-Keeble met sportwagens als de Aston Martin en de Jensen. Helaas: het duurde niet lang. In maart 1965 werd na 93 exemplaren de productie gestopt. En raad eens wat: nog steeds wilde de auto niet dood! Als een phoenix herrees de Gordon-Keeble uit z'n as, dankzij nieuw geld van Harold Smith, een Londense dealer. De prijs steeg naar 4058 pond en het motorvermogen tot 300 pk. Het mocht niet baten: er waren net 6 exemplaren afgeleverd, toen in 1966 voor de zoveelste keer het doek viel…

Het interieur van de Gordon-Keeble doet door de grote hoeveelheid klokken en schakelaars sterk denken aan dat van een vliegtuig.

De Bruyne

Was dit dan het einde van de Peerless/Warwick/Gordon-Keeble? Nog niet helemaal... In 1968 werd het ontwerp gekocht door de Amerikaan John de Bruyne, die de productie verplaatste naar Newmarket. Hij wilde 2- en 4-persoons versies gaan bouwen voor de verkoop in de Verenigde Staten. Maar deze keer was de fut er toch echt uit. Er werden 2 auto's gebouwd en één model met een Chevrolet motor voor de achteras, maar toen was het verhaal voorbij. Eén van de 99 Gordon-Keebles werd verkocht naar Canada, kwam in 2000 naar Nederland en verbaasde daar in het Autotron iedereen die 'm zag: wat was dat nou? Nou, daarvoor moesten we terug naar het Engeland van vlak na de Eerste Wereldoorlog...

 

Zoals veel kleine sportwagenmerken koos Gordon-Keeble voor een grote Amerikaanse V8-motor uit de Chevrolet Corvette.

 

 

 

© 2001 CAR Shopping International - all rights reserved